Biotoop: Moerassen. Op stenige bergplateaus met schaarse vegetatie. Langs de grote rivieren en andere waterrijke gebieden, op hoogvenen en ondergelopen akkers. In de winter langs zoetwater.

Voorkomen: Broedvogel van hooggebergte en wijdverspreide wintergast langs water in West – en Zuid – Europa. In BelgiĆ« en Nederland doortrekker en wintergast in vrij klein aantal.

Broedtijd: Mei – augustus, nest op de grond, is een vrij omvangrijk bouwsel van grasholmen en mos, is soms aan de binnenzijde met haren bekleed, 3 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 18 cm, spanwijdte 21 – 26 cm, gewicht 20 – 25 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: In de broedperiode insecten maar in de herfst ook zaden.