Biotoop: Uitgestrekte bossen en bossen tussen velden, ook in parken en steden. Bij strenge vorst meer in de buurt van bewoning, waar hij bij voederhuisjes op zangvogels jaagt.

Voorkomen: De ransuil komt wijdverspreid in Europa voor. De soort ontbreekt in het hoge noorden en op IJsland. In België en Nederland vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij klein tot vrij groot aantal.

Broedtijd: Maart  – juli, boomnest – bouwen nooit zelf een nest maar broedt meestal in nesten van kraaien en roofvogels, 3 – 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 31 – 37 cm, Spanwijdte 90 – 100 cm, gewicht 220 – 370 gram, leeftijd 27 jaar.

Voedsel: De Ransuil is hoofdzakelijk een muizenverdelger. Meestal jaagt hij vanaf een uitkijkpost, deels op het zicht, deels op het gehoor. Hij kan een onzichtbare onder het dichte gras knabbelende muis grijpen en wegvliegen met een plukje uitgerukt gras met daar tussen de prooi. Een muis wordt in zijn geheel doorgeslikt. In de winter vergrijpen ze zich ook aan kleine vogels, daarentegen in de zomer vullen ze hun dieet ook aan met insecten.