Biotoop: Moerassen, uiterwaarden(gronden die gelegen zijn tussen een winterdijk en de bedding van een beek of rivier), drassige weilanden, zoutpannen, estuaria en langs de kust in de winter.

Voorkomen: Algemene zomergast in grote delen van Europa. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker in groot aantal – wintergast in vrij klein tot vrij groot aantal.

Broedtijd: April – juli, grondnest – meestal volledig verborgen in een graspol, zelden vrijliggend, bekleed met plantenmateriaal uit de directe omgeving, 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 24 – 27 cm, spanwijdte 47 – 53 cm, gewicht 100 – 130 gram, leeftijd 19 jaar.

Voedsel: In de zomer insecten, slakken, wormen. In de winter hoofdzakelijk kleine kreeftachtigen en slakjes.