Biotoop: Kliffen, eilanden, daken van gebouwen langs de kust. Ook moerassen in het binnenland en duinen. Overwintert vooral langs de kust, In het binnenland op vuilnisbelten en drinkwaterreservoirs. Past zich overal aan en breidt in aantal uit.

Voorkomen: Algemene en wijdverspreide meeuw van Noord en West – Europa. Talrijke broedvogel – standvogel en wintergast.

Broedtijd: April – augustus, de nesten bevinden zich op lage eilandjes die zich in een kustcomplex bevinden met schorren, kanaaltjes, plassen en zoute slikken, dit alles gescheiden van het strand door een smalle duingordel., 2 – 3 eieren.

Kenmerken: Lengte 54 – 60 cm, spanwijdte 138 – 145 cm, gewicht 900 – 1440 gram, leeftijd 30 jaar.

Voedsel: Veelzijdig, gewervelde dieren tot afval.