Biotoop: Vrijwel alle zoetwaterbiotopen: vooral in voedselrijke wateren.

Voorkomen: Het Lantaarntje komt voor in vrijwel geheel Europa en is enkel afwezig op het grootste deel van het Iberisch Schiereiland, de eilanden in de Middellandse Zee en in het noordelijke deel van Scandinavië. In België en Nederland zeer algemeen.

Vliegtijd: Mei tot augustus.

Kenmerken: Lengte 30 – 34 mm, vleugelspanwijdte 35 – 40 mm. De vrouwtjes hebben veel kleurvormen. Voor een deel betreft het verschillende stadia in het proces van uitkleuring. De lichte delen van uitgekleurde vrouwtjes kunnen blauw of olijfgroen verdonkerd zijn.

Ontwikkeling: Het vrouwtje zet de eitjes zonder begeleiding van het mannetje af in waterplanten en kan daarbij geheel onderduiken. De laven leven in de waterplanten vegetatie, of in de oeverzone. De ontwikkeling duurt meestal een jaar, maar in warme streken kunnen 2 – 3 generaties per jaar elkaar opvolgen.