Biotoop: De Kruisbek is bij ons een commensaal van naaldhout, voornamelijk fijnspar. Hij komt voor in rijpe(zuiver of gemengde) bestanden. De meeste waarnemingen worden gedaan in lorken en dennen. De belangrijkste factor die het vestigen van de soort bepaalt is de aanwezigheid van een groot aantal kegels. Daardoor komt de soort vooral voor in grote bosmassieven, alhoewel er een zekere voorkeur bestaat voor bosranden, kleine bosjes en een opener vegetatie op lichtrijke plaatsen. De nabijheid van vijvers, waterplassen en beken is preferentieel. Kleine brokjes cement of steentjes worden regelmatig opgenomen van b.v. oude muren of leegstaande huizen.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide standvogel in sparrenbos, soms invasie – achtig buiten normaal verspreidingsgebied. In België en Nederland schaarse tot vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker en wintergast in klein tot vrij groot aantal.

Broedtijd: Broedt het hele jaar mogelijk, nest in bomen, 3 – 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 15 – 17 cm, spanwijdte 25 – 27 cm, gewicht 29 – 58 gram, leeftijd 7 jaar.

Voedsel: Zaden, knoppen en scheuten.