Biotoop: De Ekster bezet open milieus met een lage vegetatie(weide, gazons, tuinen) en bomen of struiken. Ze komt dikwijls voor nabij woningen. Het nest wordt gebouwd in een boom(zelden een naaldboom), een fruitboom of een struik(dikwijls in een meidoorn) met een open omgeving. Bovendien schijnen lage zitposten in de omgeving noodzakelijk. De slaapplaatsen bevinden zich over het algemeen in struiken(hakhout, coniferenaanplantingen) of in jonge bomen. Ze komen in de hoogste dichtheden enerzijds voor in streken met veel heggen, hoogstamboomgaarden en veldbosjes en anderzijds in bebouwde kommen met tuinen, parken en lanen. In akkergebieden profiteert de Ekster van de voedselbronnen die haar geboden worden, vooral indien bomenrijen, akkers en weiden in mozaïek voorkomen. Bosmassieven en uitgestrekte naaldhoutaanplantingen worden vermeden.

Voorkomen: Wijdverspreide standvogel die ontbreekt op IJsland, in Noord – Schotland, De Alpen en op Corsica en Sardinië. In België en Nederland talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in groot tot zeer groot aantal.

Broedtijd: April – Augustus, bolvormig nest met dak in (hoge) bomen, soms in struiken, 5 – 7 eieren.

Kenmerken: Lengte 40 – 51 cm, spanwijdte 52 – 60 cm, gewicht 185 – 247 gram, leeftijd 15 jaar.

Voedsel: Kleine bodemdiertjes, zaden en vruchten.