Biotoop: De Graszanger verkiest vlakke open terreinen met hoog gras, zeggen of biezen. In de meer intensief bebouwde landen ook opgespoten terreinen en zelfs graanvelden.

Voorkomen: Standvogel in Middellands zeegebied, maar breidt zich noordwaarts uit langs de Atlantische kust. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – wegtrekkend.

Broedtijd: Maart – september, nest laag bij de grond, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 10 – 11 cm, spanwijdte 14 cm, gewicht 6 – 8 gram, leeftijd niet bekend

Voedsel: Insecten en andere ongewervelde.