Biotoop: Open toendra en heuvels in taiga. In de winter in lagunes en moerassen.

Voorkomen: Broedt in het uiterste noorden. Op trek volgen ze kusten en rivieren. Ze overwinteren in gering aantal in west – Europa en in het middellandse – Zeegebied, maar vooral in Afrika zonder dat veel exemplaren tot voorbij de evenaar komen. In België en Nederland jaargast – doortrekker in vrij klein aantal – wintergast in zeer klein aantal.

Broedtijd: April – juli, grondnest, ligt meestal onder lage takken van krom gegroeide dennen of aan de voet van dergelijke objecten, die de vogel misschien als wegwijzer dienen. Meestal broedt het mannetje alleen, 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 29 – 33 cm, spanwijdte 61 – 67 cm, gewicht 160 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: De langpotige Zwarte Ruiter waadt bij het voedsel zoeken meestal in dieper water dan zijn verwanten. Soms gondelt hij en hij kan ook zwemmend naar voedsel zoeken.