Biotoop: Moerassen, slikken, lagunes en ondiep water.

Voorkomen: In Europa zomergast, voornamelijk in zuid – Europa en met name langs de kust. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Mei – juli, grondnest – het nest ligt meestal op droge plekken in het moeras, bij voorkeur op vlakke eilandjes of landtongen, anders dan de nesten van de meeste verwanten zijn deze vrij ruim, zorgvuldig gevoerd en liggen ze in het geheel niet verstopt, de onderbouw bestaat uit bijeengelegde takjes of halmen en is soms 6 cm hoog, de nestkom wordt met fijner materiaal gevoerd, 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 33 – 36 cm, spanwijdte 67 – 83 cm, gewicht 160 – 210 gram, leeftijd 12 jaar.

Voedsel: De Steltkluut kan in dieper water waden dan welke andere steltloper ook. Hij maakt hiervan gebruik bij het zoeken van voedsel, waarbij hij meestal tot aan zijn buikveren in het water staat. De vogel vangt zwemmende en kruipende dieren, zoals kikkervisjes, waterwantsen, waterkevers en kokerjuffers.