Biotoop: Oude eiken – en naaldbossen met open plekken, dode of beschadigde bomen voor nestplaatsen.

Voorkomen: Zomergast in Zuid – en Oost – Europa, meestal zittend op draden.

Broedtijd: Van mei tot juni, meestal 1 legsel, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 31 – 32 cm, spanwijdte 51 – 58 cm , gewicht 127 tot 154 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: Eet voornamelijk insecten, zoals kevers, krekels, cicaden en spinnen. Maar ook kikkers, hagedissen en zelfs slangen.