Biotoop: De Groene Specht is een vogel van oude boomgaarden, parken en lichte bossen. In uitgestrekte bosgebieden en naaldwouden verschijnt hij echter als dwaalgast. Hij foerageert vaak ver van bomen op open grasvelden.

Voorkomen: De Grote groen – gele Specht die in grote delen van Europa standvogel is. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, holte broeder in zelfgemaakt hol, soms ook in een nestkast – beide partners beitelen hun broedhol in wekenlange arbeid in vermolmd hout uit, de hoogte waarop de holte zich bevindt varieert, ook de omgeving van het vlieggat wordt bewerkt, aan de versheid van de sporen is te zien of men met een bezet hol te doen heeft,  5 tot 8 eieren.

Kenmerken: Lengte 30 – 36 cm, spanwijdte 45 – 51 cm, gewicht 150 – 205 gram, leeftijd 15 jaar.

Voedsel: De Groene specht zoekt meer dan onze andere spechtsoorten zijn voedsel op de grond. Zijn belangrijkste voedsel bestaat uit mieren en hun larven, waarvan hij met zijn snavel de nesten openhaalt. Soms graaft hij armdiepte gaten in de hopen van de Rode Bosmier. De ter verdediging aanrukkende mieren likt hij dan met zijn lange, kleverige tong op. Hij plundert in Zuid – Europa zelfs wel bijenkorven, die hij dan openhakt. Bij het klimmen langs boomstammen  steunt hij net zoals andere spechten op zijn staartveren. Tijdens de rui vallen deze pas uit, nadat de nieuwe zich alweer hebben gevormd.