Biotoop: Meestal in bergen, steile hellingen en kaal, dor landschap met geen of weinig menselijke bewoning of activiteit. Nestelt in kliffen, op de grond en in verlaten boomnesten van andere soorten.

Voorkomen: Roofvogel die in grote delen van Europa aanwezig is, ondanks vervolging en biotoopwijzigingen door de mens. In België en Nederland uiterst schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: Februari – augustus, nest in rotsnissen – reeds na 20 dagen scharrelen de de jongen op de rotswand rond, lang voor ze kunnen vliegen,  2 – 4 eieren.

Kenmerken: lengte 59 – 73 cm, spanwijdte 160 – 188 cm, gewicht 2,7 kg, leeftijd 22 jaar – Oehoes worden in gevangenschap stokoud. Wanneer zich daar een paar vormt, brengt het jaarlijks in de kooi zijn jongen groot.

Voedsel: De Oehoe jaagt in de schemering, soms reeds voor zonsondergang. Hij vangt ratten, maar ook egels, die hij door de stekels heen met zijn klauwen doorboort. Hij haalt kraaiachtigen uit hun slaapboom en slaat zowel de Havik als de Auerhoen. Een volgroeide haas kan hij door de lucht vervoeren.