Biotoop: Struikgewas, brandnetelbosjes, broekbossen, verwilderde boomgaarden, graanvelden; In moerassen komt hij vooral  in de drogere, niet door water beïnvloede zone voor. De Bosrietzanger is dus een Rietzanger soort die de rietmoerassen ontrouw is geworden.

Voorkomen: Zomergast in Midden – en Oost Europa, westelijk tot Zuid – Engeland. In België en Nederland een talrijke broedvogel – wegtrekkend.

Broedtijd: Mei  – juli, nest in vaste planten, 3 tot 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 13 – 15 cm, spanwijdte 17 – 21 cm, gewicht 9 – 19 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: Zachte insecten die ze verzamelen terwijl ze van halm naar halm springen. In de herfst voeden ze zich ook met bessen.