Biotoop: De Graspieper komt in ongeveer alle types weiden voor, maar ook in heidevelden, kaalkappingen en sommige akkers. Tijdens de trek komt hij ook op woeste gronden, weilanden en stoppelvelden voor, maar vrijwel altijd in de buurt van water. Er bestaat duidelijk een voorkeur voor vochtige polderweiden en heiden.

Voorkomen: In Europa een algemene en wijdverspreide broedvogel en wintergast. Standvogel in Noordwest – Europa. In BelgiĆ« en Nederland talrijke broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend en wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, nest op de grond – Het nest is een slordig bouwsel van halmen en mos, dat direct na terugkeer uit overwinteringsgebieden wordt gebouwd. meestal ligt het onder overhangend gras maar ook soms onder stenen, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 15 cm, spanwijdte 20 – 25 cm, gewicht 16 – 20 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: Kleine diertjes en zaden.