Biotoop: De koekoek komt nagenoeg in elk biotoop voor dat bomen omvat behalve in dichte naaldhoutaanplantingen(sparren, douglas) en in parken in het centrum van stadscentra. Hij vertoont een zekere voorkeur voor half beboste landbouwstreken, heiden, open stukken tussen bossen, terrils met zich ontwikkelde bomen alsook voor de vegetatiegordels rond vochtige biotopen. In de bossen komt hij in de verschillende successiestadia voor met blijkbaar de hoogste dichtheden nabij de randen en open plekken in eikenbestanden van verschillende leeftijdsopbouw. In kleinere aantallen komt de Koekoek ook voor in voldoende grote populierenaanplantingen, in naaldhout met onderbegroeiïng, in parken, duinen en polders. In België zijn een  40 – tal soorten waadvogels bekend. In de bossen is het roodborst die het meest geparasiteerd wordt. De Heggenmus kent dit lot in tuinen en biotopen met verspreide bosjes. De Graspieper en de Gele kwikstaart in meer open gebieden en de Kleine karekiet in moerassen. Soms kan op zeer verrassende plaatsen een ei worden gelegd: zo bv. in een nest van een Zwarte roodstaart in een stal.

Voorkomen: Wijdverspreide en algemene zomergast in vrijwel geheel Europa. Bekende roep is een karakteristiek lente geluid en is de bekendste broedparasiet ter wereld. In België en Nederland een talrijke broedvogel – wegtrekkend – doortrekker in vrij klein aantal.

Broedtijd: April – augustus, koekoeken leggen één of enkele eieren in de nesten van andere vogels, de waardvogels, in totaal kan dat bij zo’n 25 nesten gebeuren.

Kenmerken: Lengte 32 -36 cm, spanwijdte 55 -60 cm, gewicht 95 – 140 gram, leeftijd 13 jaar.

Voedsel: Insecten.