Biotoop: De Grote Gele Kwikstaart broedt langs de meeste beken en rivieren, behalve in sommige sterk vervuilde sectoren of waar de oevers te steil zijn of al te zeer werden rechtgetrokken. Zijn voorkeur gaat uit naar beken met oude stenen bruggen, rotsen, oude molens of andere bouwwerken langsheen de oevers waarin het nest kan gebouwd worden. Een deel van de paren vestigt zich ofwel aan de rand van het water ofwel is een gedeelte water in het territorium begrepen. In geschikte biotopen zijn de dichtheden hoog maar op de meeste traag stromende rivieren, kanalen en wateroppervlakten is de soort meer afwezig.

Voorkomen: In Europa altijd te vinden in de buurt van water. In België en Nederland zeer schaarse tot schaarse broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker en wintergast in zeer tot klein aantal.

Broedtijd: Maart – juli, nest bij het water, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 17 – 21 cm, spanwijdte 25 – 27 cm, gewicht 14,5 – 22 gram, leeftijd 8 jaar.

Voedsel: Kleine diertjes.