Biotoop: Allerlei plaatsen waar voldoende nectar te vinden is, zoals tuinen, parken, bosranden, ruigten, dijken en bermen.

Voorkomen: Algemeen in heel Europa. Ontbreekt op Atlantische eilanden, Noord West – Afrika en mediterrane eilanden, behalve op Sicilië.

Vliegtijd: Eén tot twee – drie generaties. Februari tot oktober.

Kenmerken: Spanwijdte 42 – 50 mm.

Levensloop: Waardplant is de Grote brandnetel (Urtica dioica). Het vrouwtje legt de eitjes meestal in april in grote groepen aan de onderzijde van de bladeren van de Grote brandnetel. De rupsen spinnen een gemeenschappelijk spinsel over de waardplant. De rupsen verpoppen zich aan plantenstengels of aan muren. De vlinders drinken meestal nectar van de eerste voorjaarsbloemen zoals Hoefblad, Speenkruid. Overwintert als vlinder, vaak in schuren, huizen, bomen enz.