Biotoop: Broedkolonies in bomen en struiken aan meren en rivieren. Foerageert ook vaak in droge habitats, tussen grazend vee, op akkers en grasland, maar zeker ook in natte moerassen.

Voorkomen: In Spanje, Portugal, Frankrijk en Turkije. In BelgiĆ« en Nederland uiterst schaarse broedvogel – zeldzaam – wintergast in uiterst klein aantal.

Broedtijd: April – mei, Nest gemaakt van riet, takjes en twijgen die het mannetje verzamelt, 2- 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 45 – 52 cm, spanwijdte 82 – 95 cm, gewicht 360 gram, leeftijd 10 – 15 jaar.

Voedsel: Hoofdzakelijk insecten zoals sprinkhanen en kevers, maar behoorlijk variabel: ook visjes, kikkers, wormen, muizen en dergelijke kunnen uit het menu bestaan. Foerageert geregeld tussen vee om op insecten te jagen die door de poten van het vee worden opgeschoffeld.