Biotoop: Vochtig loof – en gemengd bos met dichte onderbegroeiing van bramen en brandnetels, ook in parken, boomgaarden.

Voorkomen: Gematigd en mediterraan Europa in de zomer. In Midden Europa zelden boven de 400 m, in het zuiden ook in de bergen. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – wegtrekkend.

Broedtijd: April – augustus, nest vlak bij de grond – het wijfje bouwt haar nest onder door bomen beschaduwd struikgewas, doorgaans op de grond in dorre bladeren maar soms iets boven de grond of zelfs op borsthoogte in wingerd, 5 tot 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 16 – 17 cm, spanwijdte 25 cm, gewicht 25 – 30 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: De Nachtegaal voedt zich met zachte insecten, die hij op en in de bodem zoekt en waarmee hij vaak mee over de grond schuurt tot dat ze  niet meer bewegen. In de herfst eet hij ook bessen.