Biotoop: Loof – en naaldbossen, bosschages in agrarische gebieden, parken en tuinen met oude bomen, op pleinen en begraafplaatsen in stadscentra. Hij heeft een voorkeur voor parklandschappen, tot in het hart van de stad, maar komt ook voor in uitgestrekte bosgebieden. Hij heeft een zuiver nachtelijk levenswijze en is dus zelden te zien. Hij is echter goed te horen, want in de stille maannachten schalt zijn roep kilometers ver.

Voorkomen: In Europa algemene en wijdverspreide uil en bekend om zijn karakteristieke geluid. De Bosuil is alleen ’s nachts actief. In België en Nederland vrij schaarse tot vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: Maart – augustus, holtebroeder – hij broedt in vermolmde bomen, boerenschuren en kerktorens. Ze broeden niet zelden in verlaten kraaiennesten of in een hoekje tussen de boomwortels op de grond en ook wel op dakspanten van gebouwen, 3 tot 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 37 – 43 cm, spanwijdte 90 – 104 cm, gewicht 330 – 630 gram, leeftijd 21 jaar.

Voedsel: De Bosuil is een moedige jager en de greep van zijn klauwen geeft aan dat hij prooidieren ter grootte van een rat en een duif kan overweldigen. ‘S zomers bestaat het voedsel hoofdzakelijk uit muizen en spitsmuizen, waarvan hij bij zijn nestplaats zo nu en dan een kleine voorraad aanlegt. In de winter slaat hij ook vogels in het park. Hij blijft net zolang voor de slaapplaatsen van de vogels bidden(stilhangen in de lucht en de blik strak gericht opzoek naar een prooi) totdat ze slaapdronken opvliegen en grijpt ze dan in de lucht. Er zijn waarnemingen waarbij een Bosuil ’s nacht in een duiventil kruipt en de duiven met hun klauwen doden. De vlucht van een Bosuil is vrijwel geruisloos en veroorzaakt geen ultrasone geluiden, die zijn prooidieren juist zo goed kunnen waarnemen.