Biotoop: Het kleinschalige cultuurlandschap is de ideale biotoop van de soort. Hier vindt de gespecialiseerde roofvogel haar voornaamste prooien. grootschalige gebieden met ruig grasland en bosschages. Ruïnes, boerderijen, holtes in bomen en rotsen, in steengroeven  zijn de meest geliefkoosde nestplaatsen maar nestkasten zijn ook zeer gegeerd.

Voorkomen: Wijdst verspreide uil ter wereld. behalve in Scandinavië in geheel Europa te vinden. In België en Nederland vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij klein aantal.

Broedtijd: Maart – september, nest in holle ruimtes – de vogels brengen geen nestmateriaal aan, maar wordt gedeeltelijk bekleed met braakballen, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 33 – 39 cm, spanwijdte 85 – 93 cm, gewicht 310 – 370 gram, leeftijd 27 jaar.

Voedsel: Vooral muizen. Bij een redelijk voedselaanbod stapelen de uilen bij hun slaap – en broedplaats een voorraad muizen op. In muizenarme jaren maken kleine vogels een hoger percentage  van hun buit uit, vooral jonge vogels en gemakkelijk te vangen op de grond levende vogels. De Kerkuil jaagt vrijwel uitsluitend ’s nachts. Pas in de late schemering verlaat hij zijn slaapplaats.