Biotoop: De Turkse Tortel is een antropofiele soort die de nabijheid van menselijke nederzettingen opzoekt mits er bomen voorkomen en er overvloedig voedsel ter beschikking is(in de winter). De meest gunstige omstandigheden voor de soort zijn dus aanwezig in de niet dichte bevolkingscentra en in de voorsteden van grootsteden. Bosmassieven van enige omvang worden gemeden. Na de oogst komt de soort veel voor in velden om er achtergebleven granen te zoeken en grote concentraties worden vaak aangetroffen nabij silo’s en mouterijen. De vorming van winterslaapplaatsen in aanplantingen van naaldbomen die de vogels beschermen tegen koude en predatoren, is een gekend feit.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide standvogel, grootste aantallen in het zuidoosten. Sinds 1900 expansie naar het noordwesten. In Nederland en België talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in groot aantal.

Broedtijd: Maart – oktober, nest in bomen, struiken, op gebouwen, 2 eieren.

Kenmerken: Lengte 29 – 33 cm, spanwijdte 47 – 55 cm, gewicht 125 – 195 gram, leeftijd 17 jaar.

Voedsel: Zaden, vruchten en scheuten.