Biotoop: Plassen, kanalen en beken met overvloedige drijvende waterplanten, zoals waterlelieachtigen of fonteinkruiden.

Voorkomen: De grote roodoogjuffer komt voor in grote delen van Europa, maar de soort ontbreekt in het mediterrane gebied (inclusief Iberisch Schiereiland). Ze is verspreid van Zuid – Engeland tot de Oeral en van Zuid – Frankrijk tot Midden – Scandinavië. In België vrij algemeen. In Nederland algemeen, maar ontbreekt in brakke wateren en op de Waddeneilanden

Vliegtijd: Mei tot juli

Kenmerken: Lengte 35 – 36 mm, vleugelspanwijdte 45 – 50 mm.

Ontwikkeling: Het afzetten van de eieren gebeurt in tandem, waarbij de dieren geheel onder water kunnen duiken. De Mannetjes laten de vrouwtjes echter vrij snel los en wachten boven het wateroppervlak op de terugkeer van het vrouwtje. De dieren verbinden zich dan weer in tandem en vliegen naar de volgende eiafzetplaats. De eitjes worden in waterplanten afgezet. De larven leven op waterplanten, deels ook in de oevervegetatie. Ze overwinteren half volgroeid en sluipen het volgende jaar uit.