Biotoop: Gebonden aan vrijstaande oude bomen, deels lichte bossen en parklandschappen, maar vooral rond huis en tuin.

Voorkomen: Algemene en wijdverspreide zomergast in Europa. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – wegtrekkend – doortrekker in vrij klein aantal.

Broedtijd: Mei augustus, hij nestelt in allerlei gaten, nissen en spleten en legt zijn eieren zonder veel voorkeur in oude spechtenholen, onder losse barst, op vensterbanken en dakspanten, in houtstapels enz. Meestal bevindt het nest zich op 1 – 4 m boven de grond. Vanbinnen is het warm met veertjes bekleed. Het mannetje sleept de bouwmaterialen aan, terwijl het wijfje het nest voor zichzelf op maat bouwt. Na de tweede dag is het nest klaar en de derde dag wordt het eerste ei gelegd, 3 tot 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 14 cm, spanwijdte 22 cm, gewicht 15 – 20 gram, leeftijd 11 jaar.

Voedsel: Insecten, die bijna altijd in de lucht worden gevangen. Zit kenmerkend rechtop op een uitkijkpost. Keert naar de zelfde of een andere uitkijkpost terug na het vangen van een insect.