Biotoop: In vochtige gebieden in elke vorm van struikachtige begroeiing, soms zelfs in open plekken van ondergelopen bos met onderbegroeiing. Een boomlaag is meestal afwezig maar steeds is er een dichte bedekking van riet, bramen, brandnetels, enz. De nabijheid van open water schijnt noodzakelijk zonder dat het daarbij van belang is of dit stilstaand of stromend, zoet of brak is.

Voorkomen: Standvogel in West – en Zuid – Europa, breidt zich noordwaarts uit. In België en Nederland jaarvogel – wegtrekkend – wintergast in klein tot vrij klein aantal.

Broedtijd: April – september, het wijfje weeft een komvormig nest op de grond onder dicht struikgewas of er vlak boven, 3 tot 4 eieren.

Kenmerken: lengte 13 – 14 cm, spanwijdte 15 – 19 cm, gewicht 12 – 15 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: Insecten en geleedpotigen en hun larven.