Biotoop: Van toendramoerassen, boreale moerassen tot laagland meren en andere wetlands. In de Winter op akkers en steeds meer in stedelijk gebied.

Voorkomen: In Europa een algemene wintergast, grootste en wijdst verspreide grauwe gans. In België en Nederland talrijke tot zeer talrijke broedvogel – gedeeltelijk wegtrekkend – doortrekker en wintergast in zeer groot aantal.

Broedtijd: Maart – augustus, grondnest meestal bij het water in moeras of heide, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 74 – 84 cm, spanwijdte 147 – 180 cm, gewicht 2800 – 4300 gram, leeftijd 24 jaar.

Voedsel: Planten, waterplanten, zaden en bessen.