Biotoop: De Dodaars Broedt op allerhande stilstaande wateren op voorwaarde dat ze niet te diep zijn. Enerzijds is een overvloedige verlandingsvegetatie geen bezwaar wanneer er kleine open waterpartijen beschikbaar blijven en anderzijds worden vrijwel vegetatieloze plassen vijvertjes evengoed aangenomen. Zelfs op zeer kleine plassen van minder dan 1 ha kunnen enkele paren broeden. De aanwezigheid van houtopslag en zelfs van bos in de buurt van broedplaatsen werkt niet belemmerend. In België broedt de Dodaars op heidevennen, kleiwinningsputten, oude rivierarmen, enz. Tijdelijk Geïnundeerd terrein dat b.v. bij opspuiting ontstaat kan zelfs tot in juli bezet worden. Overwintert op meren en in riviermondingen.

Voorkomen: Een van de wijdst verspreide en talrijkste futen. In België en Nederland vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij klein aantal.

Broedtijd: April – augustus, nest drijvend, 5 – 6 eieren.

Kenmerken: Lente 23 – 29 cm, spanwijdte 40 – 45 cm, gewicht 125 – -240 gram, leeftijd 17 jaar.

Voedsel: Insecten, kleine weekdieren, kreeftachtige, kleine amfibieën en visjes.