Biotoop: Broedt in halfopen, kleinschalige landschappen en bosrijke gebieden op zandgronden. Maakt graag gebruik van nestkasten. Tijdens de trek ook buiten de broedgebieden te vinden.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide en plaatselijke algemene zomergast. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wegtrekkend – doortrekker in vrij klein aantal.

Broedtijd: Mei – juli, holtebroeder – het nest wordt in allerlei holten en nissen gebouwd, 6 – 7 eieren.

Kenmerken: Lengte 13 cm, spanwijdte 21 – 24 cm, gewicht 11 – 18 gram, leeftijd 11 jaar.

Voedsel: Vliegenvangers jagen vanaf een uitkijkpost en vangen met een hoorbaar snavelgeklapper voorbijvliegende insecten in de lucht. Bovendien kunnen ze in de lucht stilhangen en zo insecten van muren en schorsen pikken. De prooi wordt ergens tegen aangeslagen,  zodat de poten en de vleugels afbreken. De overige harde delen worden opgegeten en later als braakbal uitgespuwd.