Biotoop: Naaldwoud met hoge bomen en veel open plekken, deels ook in stadsparken en boomgaarden. Breidt zijn woongebied langzaam naar het zuiden en westen uit.

Voorkomen: In de Zomer van Noord – tot Noordoost Europa en gehele jaar west –  en zuid Europa. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel  – jaarvogel – gedeeltelijk wegtrekkend – doortrekker en wintergast in vrij klein tot vrij groot aantal.

Broedtijd: April – juli. Nest in bomen – het wijfje bouwt in de kruin van naaldbomen, soms ook laag bij de grond, een groot nest van halmen en aarde. Per dag werkt ze er 2 – 3 uur aan en in  4 – 5 dagen is het klaar. Het wijfje broedt alleen en voedt zich in de broedpauzes. Als de jongen zijn uitgekomen, worden ze door beide ouders opgevoed. Ook na het uitvliegen worden ze nog enige tijd verzorgd en tegen de tijd dat de jongen uitvliegen groeien hun vleugels 0,33 mm per uur. 4 eieren.

Kenmerken: Lengte 26 – 29 cm, spanwijdte 42 – 48 cm, gewicht 99 – 128 gram, leeftijd 21 jaar.

Voedsel: In de zomer vooral regenwormen, waar ze in open velden naar zoeken. Ook bessen staan op de menu.