Biotoop: Rijke gemengde loofbossen, parken en rivierbossen. De bomen moeten bij voorkeur veel vermolmde takken bevatten.

Voorkomen: De kleinste Europese specht is gemakkelijk over het hoofd te zien. Hij broedt weliswaar verspreid in West – Europa, maar komt nergens veel voor en de populatie is bovendien in veel gebieden gedaald. In België en Nederland vrij schaarse tot vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij groot aantal.

Broedtijd: April – juli, holtebroeder – de partners maken samen voor elke broedsel een nieuwe nestholte met een vlieggat van 32 mm doorsnede. Deze bevindt zich laag of hoog in een vermolmde stam. Vaak wordt er door diverse holtebroeders fel om zo’n klein broedholte gestreden, 5 tot 7 eieren.

Voedsel: De Kleine Bonte Specht is geen ijverig hakker en timmerman. Hij zoekt zijn voedsel bij voorkeur in de toppen van bomen of dunne twijgen, die de grote spechtsoorten nauwelijks afzoeken. Hij verzamelt vooral bladluizen van de schors, verder vormen mieren een belangrijk onderdeel van zijn voeding. Ondanks zijn geringe formaat heeft hij een groot voedselterritorium nodig.