Biotoop: Het Biotoop van de Tuinfluiter lijkt dikwijls goed op dat van de Zwartkop, hoewel de soort toch niet zo algemeen is. Het voorkeursbiotoop bestaat uit een struikachtige begroeiing waarin zelfs bomen voorkomen, zoals men die aantreft in oude parken, op bermen, op dichtbegroeide braakliggende terreinen, in jonge aanplantingen, in loof – of gemengde bestanden die voldoende licht doorlaten en een overvloedige ondergroei bezitten, of langs bosranden. Hoge bestanden worden gemeden ten voordele van jonge bestanden die rijk zijn aan struiken en een hoogte hebben tussen twee of de vijf meter.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide zomergast in hagen en struiken. In België en Nederland Talrijke tot zeer talrijke broedvogel – wegtrekkend – doortrekker in vrij klein aantal.

Broedtijd: Mei – augustus, nest in struiken, 4 – 5 eieren.

Kenmerken: Lengte 13 – 14,5 cm, spanwijdte 20 – 24 cm, gewicht 15 – 24 gram, leeftijd 14 jaar.

Voedsel: Insecten en spinnen. In het najaar vaak bessen en wat zaden.