Biotoop: Het meest langs kusten, maar ook wateren in het binnenland. De Visdief heeft een groot aanpassingsvermogen. Zijn ideale biotoop wordt gevormd door rivieren met brede, ondiepe beddingen, helder, visrijk water en onbegroeide kiezel – of zandbanken. Ze komen echter ook bij meren met grazige oevers, in moerassige, waterrijke laagtes en langs de kust voor.

Voorkomen: In Europa zomergast langs de meeste gematigde kusten en ook in het binnenland in dichte kolonies. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – wegtrekkend – doortrekker in vrij groot aantal.

Broedtijd: Mei – juli, Broedkolonies liggen deels in kiezel – en zandgebieden, meestal op eilanden en tussen duinen, in kiezel en zand is het nest slechts een uitgekrabd kuiltje, maar op moerassige grond kan het ook uit een grote hoop plantendelen bestaan, beide ouders broeden, 2 – 3 eieren.

Kenmerken: Lengte 34 – 37 cm, spanwijdte 72 – 98 cm, gewicht 120 gram, leeftijd 30 jaar.

Voedsel: Visdiefjes zijn stootduikers, die de prooi ‘biddend’ lokaliseren en vervolgens loodrecht in het water duiken. Op deze wijze vangen ze visjes, kikkervisjes, waterinsecten, bloedzuigers enz. Op het land pikken ze wormen, sprinkhanen en andere insecten van de bodem op.