Biotoop: Vertoeft in vochtige graslanden, houtwallen, berkenbossen, landgoederen tot in buitenwijken met besdragende struiken, vaak in kolonies.

Voorkomen: In Europa zomergast in het noorden, wintergast elders. In Belgiƫ en Nederland doortrekker en wintergast in vrij groot tot groot aantal.

Broedtijd: Mei – juli, nest in struiken of op de grond, 5 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 19 – 23 cm, spanwijdte 33 – 34,5 cm, gewicht 47 – 80 gram, leeftijd 11 jaar.

Voedsel: Regenwormen, insecten, bessen, fruit.