Biotoop: De Putter houdt zich op in parken, in grote tuinen met bomen en in boomgaarden in de nabijheid van open landschappen met braakliggende gronden waarop talrijke wilde kruiden groeien. Hij broedt graag nabij woningen en zelf in steden op pleinen, in lanen en langs met bomen omgezoomde wegen. Men vindt hem eveneens op kerkhoven met sierstruiken. Overal zoekt hij zonnige plaatsen op, vooral langsheen valleien. De soort broedt niet in bossen en wouden.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide standvogel, zomergast in het noorden en het oosten. In BelgiĆ« en Nederland talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in groot aantal.

Broedtijd: April – september, nest in bomen, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte 12 – 13,5 cm, spanwijdte 21 – 25 cm, gewicht 13 – 19,5 gram, leeftijd 12 jaar.

Voedsel: Zaden en knoppen.