Biotoop: De Zwarte Mees broedt hoofdzakelijk in naaldbossen, zoals, sparren, dennen, lorken en zelfs douglassparren en andere ‘exoten’. Alhoewel de soort reeds broedt in kleine bestanden, worden de hoogste dichtheden waargenomen in oudere bossen.  De Zwarte Mees is duidelijk minder gebonden aan een dichte vegetatiebedekking van naaldhout dan de Kuifmees, en komt regelmatig voor in gemengd loofbos, tuinen, parken, arboreta, hagen en heide – en veengebieden dichtbegroeid met dennen en sparren. Ze broedt zelfs in zuiver loofbos, maar slechts in klein aantal. De soort is weinig kieskeurig wat de keuze van nestplaats betreft(frequent holten nabij de grond) en ze kan bij de aanwezigheid van nestkasten nog jonge aanplantingen koloniseren. In tegenstelling tot de Kuifmees zal de Zwarte Mees meer waargenomen worden in de lagere delen van bosvegetatie.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide en algemene standvogel. In België en Nederland vrij talrijke broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in vrij groot tot groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, holtebroeder in bomen, nestkasten, maar ook in de grond, 5 – 12 eieren.

Kenmerken: Lengte 10 – 11,5 cm, spanwijdte 17 – 21 cm, gewicht 8,8 – 12 gram, leeftijd 9 jaar.

Voedsel: Insecten en spinnen, zaden en beukennootjes.