Biotoop: De Zwarte Kraai is een territoriale soort . Alle open milieus waarin hoge bomen voorkomen zijn geschikt en in de polders stelt de soort zich soms tevreden met rijen wilgen. Ze broedt niet in het midden maar wel aan de randen van bosmassieven. Ondanks haar grote voorzichtigheid tegenover de mens, komt ze meer en meer voor in de bewoonde zones, ten minste daar waar ze met rust worden gelaten. De grootste dichtheid wordt bereikt in landelijke veeteeltgebieden waar de beboste oppervlakte sterk versnippert zijn.

Voorkomen: In Europa wijdverspreide standvogel, maar slechts zomergast in Noord – Scandinavië. In België en Nederland talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in groot tot zeer groot aantal.

Broedtijd: Maart – juli, nest in bomen, 3 – 6 eieren.

kenmerken: Lengte 44 – 51 cm, spanwijdte 84 – 100 cm, gewicht 430 – 610 gram, leeftijd 19 jaar.

Voedsel: De Zwarte kraai is een alleseter en profiteert van talrijke menselijke activiteiten: granen bij het zaaien en het oogsten, aardwormen en kevers bij het ploegen, langpootmuggen en slakken in vochtige weiden, allerlei voedselresten op stortterreinen en langsheen rivieren, door het verkeer gedode dieren langs wegen, dood of gekwetst wild, enz…