Biotoop: Langs de kust en in zand – en grindafgravingen, foerageert ook op akkers. Broedt tussen struiken in holen(oude konijnenholen) nabij de kust. De rest van het jaar in moerassen, kwelders en moddervlaktes.

Voorkomen: Gebonden aan kustgebieden en moerassen. In BelgiĆ« en Nederland vrij talrijke broedvogel – gedeeltelijk wegtrekkend – doortrekker en wintergast in groot aantal.

Broedtijd: April – augustus, nest in holten in de grond, 8 – 10 eieren.

Kenmerken: Lengte 55 – 65 cm, spanwijdte 110 – 133 cm, gewicht 800 – 1450 gram, leeftijd 19 jaar.

Voedsel: Weekdieren, ringwormen, kleine kreeftachtigen, insectenlarven, weinig planten.