Biotoop: Oorspronkelijk zeer selectieve soort, die in West – Europa vooral aangewezen was op grotere eutrofe waters en laagvenen met brede verlandingszones. De krakeend is zich van de jaren vijftig sterk gaan aanpassen en broedt nu, zowel in België als in Nederland in zeer verscheidene biotopen. De Krakeend geeft de voorkeur aan grote meren met ondiepe, aan waterplanten rijke inhammen met rietkragen. Het is een trekvogel, die deels in West – europa, maar vooral in het middellands – zeegebied overwintert. De vogels trekken meestal ’s nachts en ordenen zich in lange, hoog vliegende linies.

Voorkomen: In Europa lokale zomer – of wintergast en standvogel. In België en Nederland vrij talrijke tot talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in groot aantal.

Broedtijd: Mei – augustus, grondnest – De eend kiest de nestplaats uit, ze bouwt een slordig, maar rijk met dons gevoerd nest op een vaste bodem en meestal goed verstopt, 8 tot 12 eieren.

Kenmerken: Lengte 46 – 56 cm, spanwijdte 84 – 95 cm, gewicht 550 – 1100 gram, leeftijd 22 jaar.

Voedsel: De krakeend eet vrijwel alleen plantaardig voedsel. Op zijn kop staand plukt hij waterplanten tot 30cm diepte. Ook zoekt hij stoppelvelden naar graan af en vangt hij sprinkhanen in grasland.