Biotoop: Diverse biotopen, zoals ruigten, tuinen, parken, dijken, houtwallen, bloemrijke graslanden en bos- en akkerranden.

Voorkomen: Door heel Europa, van Lapland tot op de mediterrane eilanden, Azoren, Madeira, Canarische Eilanden. In België en Nederland  een zeer algemene dagvlinder.

Vliegtijd: Drie generaties, Begin april – begin juni, half juni – begin september en half juli – half oktober, de tweede en derde generatie overlappen elkaar gedeeltelijk.

Kenmerken: Spanwijdte 40 – 50 mm.

Levensloop: Waardplanten zijn Kool (Brassica oleracea), Koolzaad (Brassica napus), Knopherik (Raphanus raphanistrum), enz. Het vrouwtje legt haar  eitjes één voor één op de bladeren van de waardplant. Overwintert als pop, vaak 1 – 3 meter boven de grond, op bijvoorbeeld muren en hekjes. De vlinders halen nectar uit een grote verscheidenheid aan bloemen. Ze zijn niet zo kieskeurig en bezoeken veel verschillende bloemsoorten in tuinen en graslanden.