Biotoop: De Fazant zoekt een gevarieerd landschap op dat steeds een fractie struiken of bomen omvat(hagen, bosjes, parken, loof – of gemengde bossen), dicht bij een waterloop, grachten, vijvers of vochtige depressies gelegen is en meestal omringd is met weiden of akkers. Het nest wordt bij voorkeur geplaatst in delen met struiken, bramen, adelaarsvaren, maar misschien bij gebrek aan een betere dekking, ook in gewassen nabij de bosrand. Men vindt de soort weinig binnen de grote bosmassieven en ze is zeldzaam in de Venen en weinig talrijk in heiden, duinen(waar ze onder duindoorn nestelt), en boomarme polders. In vele streken kunnen Fazanten zich waarschijnlijk niet op een natuurlijke wijze handhaven, vooral dan in hoog – België waar de winters streng zijn.

Voorkomen: Wijdverspreide standvogel in geheel gematigd Europa, lokaal talrijk, want gekweekt voor de jacht. In België en Nederland vrij talrijke tot talrijke broedvogel – jaarvogel – wintergast in vrij groot tot groot aantal.

Broedtijd: April – september, grondnest, 8 – 12 eieren.

Kenmerken: Lengte 70 – 90 cm(haan), 55 – 70 cm(hen), spanwijdte 70 – 90 cm, gewicht 550 – 1900 gram, leeftijd 7 jaar.

Voedsel: Veelzijdig, zaden, vruchten, bessen, groene plantendelen, kleine diertjes.