Biotoop: De Sperwer is gesteld op bossen met open plekken en gedeelten met struikgewas. Hij leidt een verborgen leven, ook waar hij niet zeldzaam is. ’s Winters krijgt men hem vaker te zien, omdat hij dan op mussen en vinken in de buurt van boerderijen en voederhuisjes jaagt.

Voorkomen: Broedt vrijwel in geheel Europa, behalve in IJsland, Noord  – Scandinavië en de steppen van oost – Europa. In België en Nederland vrij schaarse broedvogel – jaarvogel – doortrekker en wintergast in vrij klein tot groot aantal.

Broedtijd: Mei – juli, boomnest, elk jaar wordt er een nieuwe horst gebouwd, die meestal enkel honderden meters van het oude nest verwijderd ligt. Het nest wordt van rijshout gemaakt dat de vogels van de bomen breken. Het nest ligt gewoonlijk in licht naaldbos en nog onder de onderste groene takken. In de buurt van de Horst vindt men de hoofd – plukplaats, waar het mannetje de prooi aan het wijfje overdraagt. Meestal is het een boomstomp, met eromheen de verstrooid liggende veren, poten en snavels van prooidieren, 4 – 6 eieren.

Kenmerken: Lengte  29 – 41 cm, spanwijdte 55 – 80 cm, gewicht 110 – 340 gram, leeftijd 20 jaar.

Voedsel: De Sperwer is een specialiseerde vogeljager. Het kleine mannetje is in staat lijsters te vangen en het grotere wijfje weet na een lange strijd zelfs duiven te overmeesteren. De Sperwer jaagt vanuit een hinderlaag, waarbij hij pijlsnel op zijn prooi toeschiet, of sluipt heimelijk naderbij en duikt plotseling tussen een verschrikte zwerm kleine vogels. Tijdens de jacht volgt hij elke wending van het uitgekozen slachtoffer en grijpt dit tenslotte met zijn ver naar voren gestrekte klauwen. De Sperwer is een doldrieste jagen, die zijn prooi tot in de huizen, in menselijk gewoel en smalle spleten achtervolgt. Sommige vliegen zich dan ook te pletter tijdens de jacht. Waar Sperwers jagen, treft men plukplaatsen aan en vaak kan men uit de veerresten de soort waartoe de prooi behoorde nog vaststellen.