De Anisoptera (de echte libellen) zijn kleine tot grote dieren met aan de basis sterk verbrede achtervleugels. De vleugels worden in rust horizontaal uitgespreid. De korenbouten (Libellulidae) drukken ze door naar voren en naar beneden, zodat ze schuin naar voren wijzen. De grote ogen raken elkaar over grote afstand, alleen bij de rombouten (Gomphidae) staan ze ver uit elkaar. De vorm van het achterlijf is zeer divers. Bijvoorbeeld bij de glazenmakers (Aeshnidae) is het achterlijf lang en cilindervormig, bij de korenbouten is het achterlijf vaak kort en gedrongen.