Biotoop: Beken, rivieren, kanalen en grotere zandplassen.

Voorkomen: Grote delen van West -, Midden – en Oost – Europa. Op Iberisch Schiereiland is ze afwezig. In België algemeen en in Nederland vrij algemeen.

Vliegtijd: Juni tot augustus.

Kenmerken: Lengte 35 – 37 mm, vleugelspanwijdte 45 mm.

Ontwikkeling: De eiafzet vindt in tandem plaats. De vrouwtjes zetten de eitjes af in de planten, het liefst in bloemstelen van gele plomp (Nuphar lutea), , het mannetje staat daarbij stokstijf op het vrouwtje. De larven leven in de modder. Ze overwinteren in het laatste of voorlaatste stadium en sluipen het volgende jaar uit.